zondag 3 maart 2013

Workflow vereenvoudiging; nooit meer iets weggooien?


Eerder dit jaar heb ik in twee delen uitgelegd hoe mijn workflow er op dit moment uitziet. Ondanks dat die werkwijze zorgvuldig tot stand is gekomen en er over alle stappen in het proces is nagedacht ben ik toch altijd nog op zoek naar hoe het (nog) eenvoudiger kan. Dat wil zeggen, met minder handmatige handelingen want die kosten niet alleen tijd maar zijn ook potentiĆ«le bronnen voor fouten. Kortom; hoe kan het beter?

De komende tijd wil ik op deze plek af en toe mijn vorderingen en/of overwegingen toelichten. Het zou mooi zijn wanneer er lezers zijn die hun mening daarover hier met me willen delen zodat niet alleen ik maar ook anderen hun voordeel er mee kunnen doen voor hun eigen workflow.

Mijn workflow staat redelijk gedetailleerd beschreven in de twee artikelen die ik daar een aantal maanden geleden over schreef (deel 1 en deel 2) maar ik zal de stappen nog even kort herhalen. Omdat ik wat punten samenvoeg komt de nummering trouwens niet overeen met die van genoemde eerdere artikelen:
  1. Het zogenaamde ‘ingestion’ proces. Hier worden de foto’s op een gestructureerde wijze de computer binnengehaald. Hierbij hanteer ik het ‘Bucket’ principe, dat wil zeggen dat mijn mappen bewaak op een vooraf gedefinieerd maximale grootte. Dit is vooral van belang ten behoeve van een degelijke backup strategie
  2. Eerste sortering, verwijderen van ‘echte’ missers en juiste naamgeving
  3. Integriteitscontrole, (batch) aanpassingen, beeldoptimalisatie
  4. DNG’s creĆ«ren t.b.v. het archief (DAM). Daarin wordt dan ook verder alle beheer rondom de foto’s uitgevoerd

Als eerste denk ik er aan om de stap waarin ik mijn ‘echte missers’ verwijder er uit ga halen. De stap (stap 3 in de workflow zoals ik die eerder beschreef) zit er nu nog in omdat ‘echte missers’ geen enkele toegevoegde waarde hebben. Je zult ze nooit nodig zijn en kunnen dus risicoloos worden weggegooid. De stap zit vroeg in mijn workflow omdat ik de foto’s wil verwijderen VOORDAT ik de definitieve naamgeving ga toekennen. En dat is weer een overweging van beheerstechnische aard. Ik wil namelijk geen ‘gaten’ in mijn bestandsoverzichten. Wanneer ik een directory met foto’s zie mogen daar dus geen nummers in ontbreken. Een soort visuele eerste check of alle foto’s er wel zijn.

Echter ben ik er in de praktijk achter gekomen dan mijn keuzes wel relatief veel tijd kosten. Veel fotografen kiezen er namelijk voor om de naamgeving al (geautomatiseerd) in het ingestion proces mee te nemen, meteen in de eerste stap dus.

Wanneer ik er ook voor zou kiezen om de naamgeving meteen aan het begin van het proces te regelen, scheelt dat weer enkele handmatige acties in m’n workflow. Het is namelijk niet alleen de actie zelf maar ook de registratie er van, dit om te voorkomen dat je niet meer weet waar je bent met je werk. Weliswaar niet zo veel werk maar wel weer een potentieel risico op (menselijke) fouten. 

Wanneer ik bij mijn principes blijf om geen ‘gaten’ in m’n bestandsoverzichten te willen, betekent dat automatisch dat ik alle mislukte foto’s moet gaan bewaren. Dat ‘vervuilt’ het archief een beetje omdat je foto’s gaat beheren die daarvoor eigenlijk niet in aanmerking komen en waar je eigenlijk ook geen geld (opslag- en backupruimte) en tijd (alle aandacht die je er aan schenk) aan wilt bestelden. 

Kortom, ik ben er nog niet uit…